Exclusief interview met Ed Spanjaard van Nieuw Ensemble. Première 12 okt LEUVEN
Het Nieuw Ensemble voert Déserts van Edgard Varèse uit. De uit graniet gehouwen akoestische en elektronische klanken worden gecombineerd met hallucinerende filmbeelden van Bill Viola.
INTERVIEW ED SPANJAARD
“Is het niet allemaal lawaaimakerij?”
Het is totaal onbelangrijk, maar toch schept Ed Spanjaard er stiekem plezier in: hij is geboren op de dag waarop Edgar Varèse zijn vijfenzestigste verjaardag vierde. Deze week toert de Nederlandse dirigent doorheen Vlaanderen met de vlijmende muziek van deze Franse Amerikaan. Spanjaard, die wanneer we hem opbellen net uit de les flamenco stapt, weet het maar al te goed: geen componist die zijn ritmes zoveel ziel gaf als Varèse.
Centraal op het concert staan twee klassiekers uit 1923: Stravinski's Octet en Octandre van Varèse. Wat horen we als we die twee naast elkaar leggen?
'Het zijn twee bijzonder virtuoze stukken van componisten in de bruisende kracht van hun leven. Toch zijn het totaal verschillende werken met elk een heel sterke persoonlijke stijl. Het Octet van Stravinski is neoklassiek: het heeft een betrekkelijk strenge vorm, maar is toch bijzonder speels. In het midden zit bijvoorbeeld een passage voor twee fagotten, die hele snelle loopjes naar beneden spelen. Dat gemopper levert een hilarisch moment op van motorisch gebrom. Varèse daarentegen is veel rauwer. Hij zoekt echt extreme liggingen op: nu eens moet de hoorn enorm laag, dan weer idioot hoog. Zijn Octandre staat ook barstensvol ritmische wisselingen. Maar het is van een compactheid en urgentie waar je compleet sprakeloos van wordt.'
Stravinski is later radicaal geworden in neoklassieke helderheid. Maar Varèse heeft zijn radicaliteit op een heel andere wijze beleefd.
'Varèse was een belangrijke verdieper van de mogelijkheden van het slagwerk in orkest- en ensemblemuziek. In het grote stuk dat we van hem spelen, Déserts, is dat goed hoorbaar. Dat werk veroorzaakte bij de Parijse première in de vroege jaren 1950 haast net zo'n schandaal als de Sacre du printemps veertig jaar eerder. Er bestaat een radio-opname van die opvoering, het was de eerste stereofonische radio-uitzending in Frankrijk. Die laat zo'n pandemonium aan klanken horen dat je je goed kan voorstellen dat daar met verwarring op gereageerd werd.'
Nog steeds wordt Varèse bekeken als een soort cultfiguur. Is dat terecht, of hoort hij toch bij de grote jongens?
'Varèse is beslist een groot componist van de twintigste eeuw. Hij heeft een klein oeuvre gemaakt, dat wel heel opmerkelijk is. Steeds opnieuw word je van de sokken geblazen door de felheid en de inventiviteit van zijn muziek. Je kan je bij Varèse soms afvragen of zijn muziek, die zo krachtig is van volume, niet in wezen gedateerd is. Is het niet allemaal lawaaimakerij? En toch sta je elke keer weer paf van de informatiedichtheid die hij naar je toe slingert. Ook zijn er die korte, maar heel wezenlijke momenten van lyriek die er op wijzen dat je toch met zoiets als een gevoelsmens te doen hebt. Varèse is zeker niet een componist die zomaar wat de spierballen laat rollen. Hij verrast met wonderlijke combinaties en motorische momenten die al na enkele seconden stukbreken.'
Het Nieuw Ensemble speelt Déserts met videobeelden van Bill Viola. Wat dragen die bij tot de muziek?
'Varèse had aangegeven dat Déserts best kon samengaan met filmbeelden. Het stuk duurt een klein half uurtje en bestaat uit vier instrumentale episodes en drie interpolaties van elektronische muziek. De video van Viola is zo'n vijftien jaar geleden gemaakt en lost die structuur heel interessant op. Tijdens de live gespeelde stukken laat hij beelden zien van natuurelementen: zandvlakten, watermassa's, vuur,... Dat zijn volgens mij ook het soort beelden dat Varèse voor ogen hebben gestaan. Bij de tussenliggende, elektronische interpolaties laat hij één figuur zien: een man aan een tafel, meestal van op de rug gefilmd. Dat laat het nodige te raden over: je zou kunnen denken aan 'désert' in de betekenis van verlatenheid.'
Er staat ook hedendaags werk op uw programma. Wat valt er te ontdekken bij de muziek van Guo Wenjing?
'Voor Déserts heb je vijf topslagwerkers nodig, en dus leek het ons een goed idee om iets te doen met actuele muziek voor percussie. Guo Wenjing is bij ons minder bekend, maar naar mijn gevoel een groot componist. Zijn Parade is geschreven voor zes Chinese gongen en is een ongelooflijk intensief stuk. In de jaren negentig hebben we met het Nieuw Ensemble zes Chinese componisten uitgenodigd naar Amsterdam. Tan Dun, die nu heel beroemd is, was er daar een van. Maar de muziek van Guo Wenjing vind ik persoonlijk nog meer bijzonder. Ik heb intussen drie opera's van hem opgevoerd en kan je zeggen dat ik zijn muziek reken tot de meest magistrale die ik ooit heb gedirigeerd.'
© Tom Janssens
